Benadering
Zoals reeds in de andere items aangehaald, richt de osteopathie zich zowel diagnostisch als osteopathisch op voornamelijk 3 verschillende niveaus van het lichaam
1. Het pariëtaal niveau of de botten, spieren en gewrichten. Een articulaire blokkade kan bijvoorbeeld de verschillende spieren, zenuwen of bloedvaten rond het betreffende gewricht en op afstand verstoren. De osteopaat zal dan via specifieke manipulaties en rekkingen proberen aan het gewricht terug een normale beweeglijkheid te geven.
2. Het visceraal niveau of onze ingewanden. Ook deze beschikken over een eigen specifieke mobiliteit die verstoord kan zijn bijvoorbeeld ten gevolge van een vroegere operatie. Via zeer zachte manuele luistertesten zoekt de osteopaat naar abnormale spanningen in het bindweefsel hetgeen de organen omgeeft, verbindt met en ophangt aan het musculo-skeletaal systeem. Eens deze parasitaire spanningen gevonden, zal hij ze vervolgens via specifieke technieken proberen op te heffen.
3. Het craniaal niveau of de schedel. De schedel met daarin de hersenvliezen beschikt zoals de andere niveaus eveneens over een eigen beweeglijkheid. Deze bewegingen zijn zeer klein en niet zichtbaar, maar wel voelbaar voor een geoefend osteopaat. Het gaat om zacht heen en weer gaande ritmische bewegingen die als het ware een soort eb- en vloedbeweging teweegbrengen van de vloeistoffen in de weefsels.
Deze twee laatsgenoemde niveaus onderscheiden de osteopathie van andere manuele behandelmethoden zoals de manuele therapie en de chiropraxie.
De harmonie tussen al deze systemen is van vitaal belang. Hierdoor zal het lichaam zijn zelfregulerende krachten kunnen behouden.
Bewegingsverlies op één niveau kan de andere niveaus beïnvloeden, vandaar ook dat we soms onderzoeken en behandelen op een andere plaats dan waar de patiënt zijn symptomen situeert.